Mijn werk.
Maandagochtend, samen met de rest van coorporate Nederland in de trein. Niets geeft mij meer voldoening dan het aanblik van het fenomeen ochtendhumeur in de praktijk. Nog net iets meer voldoening krijg ik bij het zien van een maatpak yup die zijn geest laat verrijken door één van de duizenden gratis flutkrantjes die dit land rijk is, vol met fabels en schreeuwende krantenkoppen die het einde van de wereld iedere dag opnieuw aankondigen.
Mijn enige troost is mijn koffie uit de kiosk die ik me iedere dag goed laat smaken voor twee euro. Liever dat, dan dat slootwater uit de automaat van mijn werk.
Als receptioniste heb ik met regelmaat te maken met mensen van alle soorten en maten. Van hoge directietop tot schoonmakers en monteurs. De verscheidenheid aan mensen voedt mijn onbegrensde interesse in de mens, omdat ze bestaande beelden altijd weten te bevestigen, te wijzigen of te vervormen. Maar zeer zelden te vernieuwen. Mijn bijbaan vormt tevens de bron van aanvulling van mijn cynische blik op de wereld. Maar daarover later meer.
Vanuit de interesse in de mens kom ik op mijn volgende punt: mijn studie Psychologie. Pas na drie jaar studeren aan een wetenschappelijk gerenommeerde universiteit ben ik er achtergekomen, hoe stoffig, saai en theoretisch de menselijke geest kan worden uitgebeeld. Als het niet via nietszeggende definities is, dan is het wel een hoogleraar die klaarblijkelijk eeuwen niet meer uit zijn/haar ivoren toren is gekomen en erin faalt de onsubtiele gebaren van de collegezaal op te pikken, na een lang, abstract en kwellend verhaal. Er zijn echt wel studenten onder ons die twee uur lang gemotiveerd kunnen luisteren, maar de meesten vragen paniekerig met lichte koffie afkickverschijnselen, wanneer de pauze nou eens wordt gehouden.
Over cynisme gesproken: ik maak er een sport van om bij alles wat iemand zegt, diegene het non-verbaal en duidelijk te laten merken dat hij/zij niet meer van deze tijd is, van deze wereld is, of gewoon ronduit dom. Je hoeft maar een stap richting mijn receptiebalie te zetten en je krijgt de blik des wat-kom-je-doen, mafkees? Gelukkig camoufleert een brede glimlach véél, en ben ik een professionele slijmjurk bij mijn baas.
Onlangs heeft mijn vriend, 23, een huis gekocht, in een rustige gezinsbuurt van het redelijk welgestelde soort mensen. En wij, die bijna 4 jaar samenzijn, houden ons in het weekend voornamelijk bezig met het uitzoeken van gordijnstof, behang, een nieuwe vloer, de wasmachine, het beste ontkalkproduct voor de wasbak en biologisch koken. Bijna al mijn vrienden vragen wanneer de eerste baby komt. Lieve vrienden, ik weet dat jullie soms een beetje raar kunnen doen omdat jullie kamers te klein en gehorig zijn, af en toe beschimmelde muren hebben, te weinig ventilatie hebben of juist in de tocht staan. Maar dit slaat toch echt alles. Ik zie veel voordelen in het samenwonen. En als iedereen dat zou doen, dan is het woningprobleem onder studenten en starters ook meteen opgelost. Dus wij doen eigenlijk iets goeds voor de maatschappij. Scheelt ook weer een paar containers in de buitenwijken van Amsterdam.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten