woensdag 26 november 2008

Student = vetpot

Het schijnt sinds jaar en dag zo te zijn, dat het woord student synoniem staat aan nog-net-niet-straat-arm. Je schijnt ze altijd tegen te komen bij sales, in Aldi’s, in de kroeg tijdens happy hours, en wanneer hun schamele studiefinanciering op is, eten ze bij pa en ma. Laten we vooral dit hokjes denken voortzetten, want dat ligt nou eenmaal lekker in de mond.
Impliciet betekent dit dus ook dat een student volgens de maatschappij geen geld mag hebben. Logisch natuurlijk, want een hardwerkende arbeider ziet zijn zuurverdiende centen opgaan aan de scholing van de jeugd van nu, zodat zij later meer kunnen verdien dan de huidige belastingbetaler. Niks geen afgunst! Studeren zul je, zodat de pensioenen later betaald kunnen worden! Ik koop mijn kleding ook bij de H&M, mijn woning is ingericht door de vernieuwende binnenhuisarchitect dhr. Ikea (eettafel 10 euro) en ik doe mijn boodschappen bij Albert omdat ik te lui ben om mijn aardappeltjes zelf te schillen en alles daar lekker zo kant en klaar verpakt is om in de pan te tiefen. Een echte student dus.

Maar ik eet wel eens een broodje met zalm. Mijn collega (vrouw, 40, getrouwd, kinderloos) zag dat en schoot letterlijk uit haar slof (“ken een studenten dat wel betaluh?!”).

Een student van tegenwoordig is een veelzijdige multitasker. Gedurende hun studie kiezen ze vakken, studierichtingen, bijbaantjes, vrijwilligerswerk en extra activiteiten zorgvuldig uit. Want wat staat er nou geweldig op je CV? Ik ontken niet dat ik er niet aan mee doe. Maar ik blijf wel altijd het pad volgen waarin het nog leuk moet blijven. Dat betekend mijn studie, werk en sociale aangelegenheden in balans moeten zijn (hoewel een zondagochtendkater soms best veel van mijn studeertijd in kan nemen).

Sommigen zijn wel heel erg ambitieus. Een vriendin van mij (22, medestudente) vertelde me laatst in het kader van omvallende banken, dat haar vriend (27, afstuderend) 40.000 euro op zijn rekening heeft staan. Wát zeg je? Zegge: Veertigduizend euro. Schaamteloos, ongenuanceerd, naar Amerikaans model: a selfmade rich student! Van verbazing kon ik niet meer normaal nadenken. Ik kreeg de slappe lach omdat ik me realiseerde hoe insignificant mijn leven ineens leek. Hij heeft niets anders gedaan dan kei- en keihard werken. Een snelle rekensom bracht mij tot de conclusie dat die jongen gedurende zijn studieperiode (4 jaar lang) ongeveer 800 euro per maand op zijn spaarrekening had moeten overmaken. Dan heb je nog de kamer die hij huurt (350 euro), boodschappengeld (150 euro) en andere sociale dingen zoals uitgaan (laten we zeggen, 200 euro). Dat moet je maandelijks een inkomen hebben van 1500 euro. Dat is meer dan mijn moeder netto per maand overhoudt met haar fulltime baan (als bouwkundig tekenaar). Nou breekt mijn pet! De student is helemaal niet arm. Ze wennen alleen alvast een beetje aan het geld wat ze later gaan verdienen. Niks mis mee.

Aan de andere kant is er ook de kunstmatig hooggehouden rijkdom. Studenten lenen dat het een lieve lust is bij de IB-groep (70 % maximaal, 20 % gedeeltelijk). Daarom zie je weinig verschil tussen de hierboven beschreven workaholic en de laatstgenoemde type student. Allebei hebben ze hun i-Pod, hun poloshirt, een dik horloge en een 42 inch tv-scherm. Een student die weinig werkt en veel leent beseft zich echter later pas dat zijn ‘vermogen’ na 4 jaar studeren 20.000 euro in de min bedraagt. Jammer joh.

En ik? Ik werk redelijk veel voor een goedbetaald uurloon, leen (bijna) niet en spaar een vast en karig bedrag per maand. Maar áls ik 40.000 euro zou kunnen hebben gespaard, dan zou ik mijn boekje flink te buiten gaan in één van de vele modewinkels voor een paar oogstrelende items aan jurkjes, schoenen, tassen en accessoires. Dát is waarschijnlijk ook de reden waarom ik niet zoveel bij elkaar heb kunnen schrapen… het geld gaat gewoon op. Aan standaard studentendingetjes.

21 jaar

Waar moet het leven van een student heen?
Mijn werk.
Maandagochtend, samen met de rest van coorporate Nederland in de trein. Niets geeft mij meer voldoening dan het aanblik van het fenomeen ochtendhumeur in de praktijk. Nog net iets meer voldoening krijg ik bij het zien van een maatpak yup die zijn geest laat verrijken door één van de duizenden gratis flutkrantjes die dit land rijk is, vol met fabels en schreeuwende krantenkoppen die het einde van de wereld iedere dag opnieuw aankondigen.

Mijn enige troost is mijn koffie uit de kiosk die ik me iedere dag goed laat smaken voor twee euro. Liever dat, dan dat slootwater uit de automaat van mijn werk.

Als receptioniste heb ik met regelmaat te maken met mensen van alle soorten en maten. Van hoge directietop tot schoonmakers en monteurs. De verscheidenheid aan mensen voedt mijn onbegrensde interesse in de mens, omdat ze bestaande beelden altijd weten te bevestigen, te wijzigen of te vervormen. Maar zeer zelden te vernieuwen. Mijn bijbaan vormt tevens de bron van aanvulling van mijn cynische blik op de wereld. Maar daarover later meer.

Vanuit de interesse in de mens kom ik op mijn volgende punt: mijn studie Psychologie. Pas na drie jaar studeren aan een wetenschappelijk gerenommeerde universiteit ben ik er achtergekomen, hoe stoffig, saai en theoretisch de menselijke geest kan worden uitgebeeld. Als het niet via nietszeggende definities is, dan is het wel een hoogleraar die klaarblijkelijk eeuwen niet meer uit zijn/haar ivoren toren is gekomen en erin faalt de onsubtiele gebaren van de collegezaal op te pikken, na een lang, abstract en kwellend verhaal. Er zijn echt wel studenten onder ons die twee uur lang gemotiveerd kunnen luisteren, maar de meesten vragen paniekerig met lichte koffie afkickverschijnselen, wanneer de pauze nou eens wordt gehouden.

Over cynisme gesproken: ik maak er een sport van om bij alles wat iemand zegt, diegene het non-verbaal en duidelijk te laten merken dat hij/zij niet meer van deze tijd is, van deze wereld is, of gewoon ronduit dom. Je hoeft maar een stap richting mijn receptiebalie te zetten en je krijgt de blik des wat-kom-je-doen, mafkees? Gelukkig camoufleert een brede glimlach véél, en ben ik een professionele slijmjurk bij mijn baas.

Onlangs heeft mijn vriend, 23, een huis gekocht, in een rustige gezinsbuurt van het redelijk welgestelde soort mensen. En wij, die bijna 4 jaar samenzijn, houden ons in het weekend voornamelijk bezig met het uitzoeken van gordijnstof, behang, een nieuwe vloer, de wasmachine, het beste ontkalkproduct voor de wasbak en biologisch koken. Bijna al mijn vrienden vragen wanneer de eerste baby komt. Lieve vrienden, ik weet dat jullie soms een beetje raar kunnen doen omdat jullie kamers te klein en gehorig zijn, af en toe beschimmelde muren hebben, te weinig ventilatie hebben of juist in de tocht staan. Maar dit slaat toch echt alles. Ik zie veel voordelen in het samenwonen. En als iedereen dat zou doen, dan is het woningprobleem onder studenten en starters ook meteen opgelost. Dus wij doen eigenlijk iets goeds voor de maatschappij. Scheelt ook weer een paar containers in de buitenwijken van Amsterdam.